Wanneer betaal je 8 %?
- Je koopt een woning om te verhuren.
- Je koopt een tweede woning of vakantiewoning.
- Je koopt een woning voor je studerende kind (ook als je kind er woont: jij bewoont het niet zelf).
- Een rechtspersoon (bv of stichting) koopt een woning.
Voorbeeld
Een appartement van € 300.000 voor de verhuur: 8 % = € 24.000. In 2025 was dat bij 10,4 % nog € 31.200. Je bespaart dus € 7.200.
| Koopsom | 8 % (2026) | 10,4 % (2025) | Verschil |
|---|---|---|---|
| € 200.000 | € 16.000 | € 20.800 | € 4.800 |
| € 250.000 | € 20.000 | € 26.000 | € 6.000 |
| € 300.000 | € 24.000 | € 31.200 | € 7.200 |
| € 400.000 | € 32.000 | € 41.600 | € 9.600 |
| € 500.000 | € 40.000 | € 52.000 | € 12.000 |
Waarom is het verlaagd?
Het kabinet wil dat er weer meer huurwoningen beschikbaar komen. Het hoge tarief maakte kopen om te verhuren minder aantrekkelijk. Daarom is het tarief voor woningen die je niet zelf bewoont per 2026 verlaagd. Voor bedrijfspanden en grond blijft 10,4 % gelden.
Tip voor ouders
Koopt je kind zelf de woning (bijvoorbeeld met een schenking of lening van jou) en gaat het er zelf wonen? Dan betaalt je kind 2 %, of 0 % als starter onder de 35. Dat kan veel schelen. Laat je wel goed adviseren over de schenking en de lening.
Box 3
Een verhuurde woning of tweede huis valt in box 3. Je betaalt daar jaarlijks vermogensbelasting over. Reken het uit met onze box 3 calculator.
Goed om te weten over box 3
Voor een verhuurde woning hoef je in box 3 niet de volle WOZ-waarde op te geven. Je mag een lager percentage gebruiken (de leegwaarderatio), afhankelijk van de huur. Een tweede woning die je niet verhuurt, telt wel voor de volle WOZ-waarde.
FAQ
Hoeveel overdrachtsbelasting betaal je voor een verhuurwoning in 2026?
8 % van de koopsom (of de hogere waarde in het economische verkeer).
Wat kost een woning van € 300.000 voor de verhuur aan overdrachtsbelasting?
€ 24.000 bij 8 %. In 2025 was dat € 31.200.
Geldt 8 % ook voor een woning voor mijn studerende kind?
Ja, als jij de koper bent. Koopt je kind zelf en woont het er, dan geldt 2 % of de startersvrijstelling.
Bronnen: Belastingdienst – overdrachtsbelasting 2026; SRA “Overdrachtsbelasting: drie tarieven en hogere startersvrijstelling in 2026” (januari 2026); Wet op belastingen van rechtsverkeer art. 14 en 15. Gecontroleerd op 5 november 2026.